Speelruimte

Ik houd van “oude” mensen. Begrijp me niet verkeerd hoor, niet alle oudjes vind ik even aardig. Je hebt er akeligheden tussen zitten! Maar dat geldt ook voor kinderen, teenagers en mensen van mijn eigen leeftijd en alles daar tussenin. Zo kan ik nog wel even door gaan.

Vanaf afgelopen maandag zijn wij in Nieuw Zeeland, Covid-19 vrij. En dat vind ik toch echt wel een applausje waard. Andere landen zijn nog niet zo ver. Heel veel mensen zijn bang, ziek of begraven. Afschuwelijk.

Sommige mensen vinden onze minister president net een kleuterleidster. Nou, dan is het wél een verdomd goeie, want ze heeft het toch maar mooi voor elkaar gekregen dat zo’n vijf miljoen mensen niet buiten gingen spelen.

Doe je dat wel, in een pandemie, dan speel je met levens. Dat is zo klaar als een klontje.

Buiten spelen is gewoon geen optie als de hele wereld een virus bestrijdt. Als je even heel goed nadenkt en alle statistieken en de historie erop na slaat, dan moet je concluderen dat een totale lockdown werkt. Daar hoef je niet ellenlang over te discussiëren. Binnen blijven, punt. Een virus krijgt speelruimte als er veel mensen op een kluitje zitten. Niet naar buiten, isolatie, alleen voor je boodschappen er op uit, en afstand houden. Dat is natuurlijk makkelijker hier dan ergens anders. Wij hebben erg veel ruimte en we zijn gewoon een eiland.

Natuurlijk is dat zwaar, zeker voor de economie. Dat snap ik best. Maar tóch…

ben ik blij dat wij geen bejaarden, of mensen met onderliggende gezondheidsproblemen opgeofferd hebben voor de economie. Een economie kun je met elkaar weer opbouwen, zoals we in het verleden meerdere malen hebben gezien, maar met mensen …

Helaas, weg is weg. Een tweede leven in blazen is niet mogelijk. Uitgespeeld.

Laat ik nou nét vandaag een aardig oudje tegenkomen, bij de tandarts. Dit exemplaar zat nog vól met leven, je moest hem bij wijze van spreken de bek dicht rammen! Hij bleef maar praten.

De goede man, hij was al zevenentachtig, vertelde hij mij. Hij was al met twee en zestig jaar, gelukkig getrouwd met z’n vrouw en hij had toch maar mooi de Covid overleefd. Hij stampt met z’n wandel stok op de grond om het nog even te accentueren. Hij had zooooo veel online gekletst tijdens de lockdown (ja, dat snap ik best, dacht ik bij mezelf al gniffelend) met kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, blablablabla. Hij was zo blij als een kind! En ik was blij met hem en het geanimeerde gesprek dat wij voerden.

Als zoonlief uit de behandelkamer komt zegt de meneer tegen hem: ‘Look after your mum, she’s a treasure.’ ‘Of course’, zegt mijn zoon. She’s looking after me too!’. En dat is waar het allemaal om draait!

Meneer, ik ben zo blij dat u er nog bent. U bent een bevestiging van waarom wij deze hele lockdown en “overdreven gedoe” met z’n allen gedaan hebben. Blijf uw vrouw gelukkig maken voor zo lang het nog kan, heerlijk toch? Ga door met de heerlijke gesprekken die u voert. Ik ben er trots op hoe wij het in Nieuw Zeeland hebben gedaan.

Ik ben blij dat iedereen hier weer met een gerust hart buiten kan spelen! Nu de rest nog.