Een Balinese sneuneus

Eindelijk is het dan zover. Een welverdiende vakantie voor het hele gezin. Wij gaan heerlijk relaxen. De reis gaat naar het tropische eiland Bali, bewoond door een allerliefst volkje met gigantisch veel ritueeltjes en bijgeloofjes. Nog nooit heb ik zo’n vriendelijk en voorkomend volk meegemaakt.

Dochterlief is van de tropische oorden. Hoe verder hoe beter. Zij kwam dan ook met het idee naar Bali te gaan deze keer. Zoonlief blijft eigenlijk het liefst thuis; hij speelt liever. Met zijn spel computer of vriendin. Manlief zit met alle soorten van genot in de klammige hitte, waar hij geen last heeft van zijn asthma. En ik? Ik hobbel heerlijk mee. Als ik elke avond naar een restaurantje wordt getogen en een drankje krijg, vind ik het al gauw goed.

Bali, een goddelijk paradijs. Dat klopt als je je in het oerwoud begeeft en de rijstvelden gaat bekijken. De straten van Ubud, vertellen een ander verhaal. Hemeltjelief, wat is het daar druk. Hemels is anders. Het is een golvende zee van luid claxonnerende scootertjes en uitlaatgassen, waarvan je zelfs zonder asthma in ademnood komt.

Een georganiseerde chaos, dat is de enige juiste bewoording. Iedereen doet maar wat, en toch lijkt het allemaal goed te gaan. Scooters en auto’s manoeuvreren langs elkaar op millimeters afstand en niemand wordt boos. Het is onbegrijpelijk, maar ik heb geen onvertogen woord gehoord of lelijke gebaren gezien. Er wordt alleen geclaxonneerd om aan de medeweggebruikers te laten weten dat je eraan komt. Dat zijn wij Europeanen helemaal niet gewend. Wij schrikken ons elke keer een ongeluk, dat dan nèt niet gebeurt.

We logeren in een luxueus hotel, vlak bij het apenoerwoud. De aapjes vinden mij schijnbaar erg aantrekkelijk, want ik heb er in een mum van tijd twee in m’n nek hangen. Niet allebei tegelijk gelukkig. De tweede apenkop dacht dat ik vlooien had en ging op z’n gemak m’n haar inspecteren. Ik durfde niet echt te bewegen; het blijven tenslotte wilde beesten. Dit beest wilde mij lekker vlooien en ik liet hem gewillig begaan. Mijn haar was na afloop prachtig getoupeerd.

Als echte koffieliefhebbers boeken we een trip naar onder andere een koffieplantage. Daar drinken we Luwak koffie, de allerduurste koffie die je maar kunt verzinnen. Dat moet je toch geproefd hebben? Wilde katten (civets) eten de koffiebonen en poepen de half verteerde bessen uit. Hiervan wordt koffie, ofwel poopachino gebrouwd. Poepgoed bakkie.

Het tweede deel van onze trip leidt ons naar Seminyak. Daar is het zo mogelijk nog drukker dan in Ubud. We zijn wel klaar met de tripjes en klaar voor massages. De keuze is reuze in de kleine straatjes van dit plaatsje. We kiezen voor een schattig tentje dat El Karma heet. De naam spreekt me enorm aan. What comes around goes around, daar ben ik heilig van overtuigd.

De voetmassage is net zo hemels als de rijstvelden groen zijn. Kleine Balinese knuistjes kneden mijn voeten en onderbenen. Ik ben in tijden niet zo relaxed geweest. Mijn eeltige stampers zijn veranderd in poezelig zachte pootjes met fraai gelakte nagels. Wat een genot. Ik ga morgen weer.

De dag erna gaan manlief, dochterlief en ik opnieuw richting onze favoriete massagesalon. Zoonlief heeft zijn haar laten vlechten, dat vindt hij wel weer genoeg. Onderweg worden we aangehouden door een Balinese man op, natuurlijk, een scootertje. Hij vraagt waar wij vandaan komen en in welk hotel we verblijven. Hij is wel heel nieuwsgierig.

Hij drukt ons drie enveloppen in de hand. In eerste instantie denken we dat hij reclame maakt voor het hotel dat op de voorkant prijkt. Hij dringt erop aan dat we even kijken wat er in zit. We worden al een beetje achterdochtig, maar koekeloeren kan geen kwaad. We hebben immers niet echt veel te doen.

Envelopjes worden open gescheurd en ons wordt een verwachtingsvolle blik toe geworpen. Het blijkt dat ik een gouden sticker in mijn envelop heb, hetgeen betekent dat ik kan kiezen uit maar liefst drie prijzen. Een GoPro, een week in het betreffende hotel, of een geldprijs van zo’n drie honderd dollar. Ik mag kiezen wat ik wil, maar we moeten wel in een taxi naar het betreffende hotel om de prijs te innen. Gelooft die sneuneus nu echt dat wij daar in trappen?

We slaan zijn aanbod vriendelijk maar beleefd af. Meneer gooit het nu op een andere tactiek: inspelen op je gevoel. Balinezen zijn erg arm. Als wij de prijs niet innen, krijgt hij zijn premie niet. ‘Weet je wat,’ zeg ik, ‘neem jij die prijs maar, of geef hem weg.’

De man heeft op dit punt wel in de smiezen dat zijn scam niet aan ons is besteed. Hij kijkt ons eerst met een ongelovige blik aan die al gauw verandert in een onweerswolk. Onder hevig Balinees gevloek (vermoed ik) stapt hij weer op z’n scooter. Uitzonderingen bevestigen de regel. Wat was deze Balinees boos, en niet eens op het verkeer.

One thought on “Een Balinese sneuneus

  1. Rob

    Die “sneuneuzen” komen steeds vaker voor in de “verweglanden” waar wij zo af en toe langskomen op weg naar NZ. Soms gaan ze snel weer weg als ze merken dat er niet heb halen valt, soms zijn ze hinderlijk opdringerig.

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s