Kaartspelletje

Voor een spelletje ben ik altijd te porren. Wij speelden laatst Afzakker met een jong, pas getrouwd Nederlands stel. Ze waren op huwelijksreis en kwamen een paar dagen bij ons op bezoek. Ik vond hun kaartspel zó leuk dat ze het voor me hebben achter gelaten. In Nieuw-Zeeland is het namelijk niet te koop. Het is hier armoe troef.

Toen ik klein was hield ik niet van kaarten. Ik bedoel vroeger, toen ik jonger was. Klein ben ik nog steeds. Ik groei alleen nog in de rondte. Ik weet prima hoe dat komt: bij een spelletje komt er altijd een hapje en een drankje op tafel. Het gaat allemaal door de maag en geloof mij, het blijft prima plakken zo rond je vijftigste. 

Destijds hield ik dus niet zo van kaartspelletjes. Geen klaver-, schoppen-, of ruitenboer kon mijn hart winnen. Dat is niet verwonderlijk, want tot voor zo’n tien jaar geleden wist ik namelijk niet wat een troefkaart was. Mijn ouders hadden verzaakt. Ze hadden mij niet verteld hoe een troefkaart werkte. Dachten ze dat ik het gaandeweg wel op zou pikken? Ik weet het niet, misschien was ik wel in dromenland toen ze mij deelgenoot maakten van het hele troef gebeuren. Dat zou ook nog kunnen, mij kennende. 

Mijn ouders klaverjasten altijd toen ik op de lagere school zat. Dit gebeurde bij opa en oma, de ouders van mijn moeder. Ik snapte er geen lor van en deed daarom nooit mee. Toen mij enige jaren geleden door manlief werd uitgelegd wat een troef was, ging er een (kaart)wereld voor me open. In Nieuw-Zeeland speelde ik voor het eerst boerenbridge. Met mijn ouders die ons hier bezochten en de schoonfamilie. Het spel wordt ook wel Up the River, Down the River of O’Hell genoemd. Als je het wel eens gespeeld hebt, weet je waarom.

Afgelopen weekend hadden wij met drie stellen een pot luck dinner georganiseerd. Pot luck betekent dat iedereen wat te eten mee neemt om te delen. Er is een vis-, vlees- en een groente-curry. Voor ieder wat wils. Als voorafje krijgen we verbrande curry kip kluifjes. De kiwi ’s bij wie we te gast zijn, zijn echt bijzonder lief. We kennen ze al jaren, maar koken is niet hun sterkste kant. Het deert mijn andere kiwi vriendin niets, zij is weg van verkoold vlees. Zij vist de meest verbrande stukjes uit de schaal. Ik eet straks liever viscurry. Het eten is heerlijk, maar nogal heet. Het zweet drijft op ons voorhoofd. Misschien waren de hete gerechten een beetje overdreven voor deze warme avond. 

Ineens wordt er geopperd een kaartspelletje te spelen: Up the River, Down the River. We hebben enorm plezier. Ik ook, want ik weet inmiddels wat troef is. Wijn vloeit er in overvloed, het is geen drinkgelag, maar in combinatie met het spel is het lachen geblazen. We kennen elkaar allemaal erg goed; we zijn immers al meer dan een decennia met elkaar bevriend. We kunnen met elkaar lezen en schrijven en schijnbaar ook kaarten. Afgesproken wordt dat we dit vaker gaan doen.

De volgende dag zeg ik tegen manlief: ‘Wat jammer hè, dat we O’Hell niet met z’n tweeën kunnen spelen.’ Maar wacht eens even, we hebben een troef achter de hand: een zoon! Die zullen we eens even strikken. Eerst moet er natuurlijk wel worden uitgelegd wat een troefkaart is. Slim als hij is heeft hij natuurlijk na het eerste open rondje al in de gaten hoe het allemaal werkt. Hij laat ons meteen ver achter zich. Onze punten vallen in het niet bij hem. Hij gaat als een dolle en behaalt elke keer het gegokte aantal slagen. 

‘Goh,’ zegt de winnaar lachend: ‘That’s a lovely little game.’

Misschien is het beginners geluk, maar hij heeft ons mooi overtroefd.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s