Vinken

Mijn man houdt enorm van lijstjes. Lekker vinken, zegt’ ie dan. Vin’k prima, hij vinkt maar een end weg. Voor mij is het niet weggevinkt. Ik ben een beetje chaotisch. Als ik naar de supermarkt ga, denk ik geen papieren geheugensteuntje nodig te hebben. Ik steun altijd op de gedachte dat er niets mis is met mijn hoofd. Om dan vervolgens terug te moeten omdat ik het één en ander vergeten ben. Buiten chaotisch ben ik ook een beetje eigenwijs. Het valt wel op.

Daarom gebruik ik sinds kort de applicatie Reminders in mijn telefoon. Liefdevol in het werk gesteld door niemand minder dan mijn man, want werken en onthouden zul je, denkt hij volgens mij. Met alle soorten van genoegen plempt hij er via zijn telefoon allerlei klusjes op. Ik kan niet meer met de smoes aankomen dat ik iets vergeten ben, want mijn telefoon heb ik immers altijd bij me. En nu ik eenmaal een lijstje heb, moet er gevinkt worden. Ik krijg de smaak te pakken!

Afgelopen vrijdag ga ik ‘s middags de stad in: om te vinken. Op mijn lijstje staan diverse dingen die afgewerkt moeten worden. Ik vink er op los en na een poosje staat er nog maar één dingetje op mijn lijst. Als dat is gedaan heb ik een lekker leeg lijstje voor het weekend. Opgeruimd staat netjes.

Tegen vieren is het laatste klusje geklaard. Ik ben uitgevinkt. Met het weekend al in mijn hoofd rijd ik Heretaunga street in, die vol ligt met van die enorme hobbels om de snelheid uit het verkeer te halen.

Ineens schrik ik op door een vreselijk lawaai. Kedeng kedeng, kedeng kedeng, het lijkt dat deuntje van Guus Meeuwis wel. Het klinkt heel fout.

Het is ook altijd hetzelfde liedje. Ongelukje hier, botsinkje daar en nu heb ik buiten dat ik veel te hard over die hobbel ben gereden het aangrenzende stoeprandje geraakt. Volgens mij heb ik mijn band aan gort gereden. Rustig blijven en heel langzaam naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats rijden … Rinkeldekinkel, daar gaat ook m’n velg, ik zie hem gevoeglijk wegrollen.

Als ik uitstap ontmoeten mijn ogen een heel groot gat. Mijn band heeft die stoeprand flink geraakt! Gelukkig hoef ik m’n handen niet vuil te maken. Ik kan gewoon Roadside Assistance bellen. We zijn tenslotte verzekerd.

M’n mobieltje wordt tevoorschijn gehaald en al gauw vind ik in de contactenlijst mijn redder in nood. Mij wordt beloofd dat er snel iemand zal verschijnen.

Ik ga op het stoepje zitten, het zonnetje schijnt lekker op m’n bakkes. In de tussentijd bel ik m’n man om verslag te doen. Auto’s rijden af en aan. Ik kan het niet helpen, maar ik vind het best leuk dat diverse superstoere mannen hun hulp aanbieden.

Na een minuut of tien arriveert de Roadside Assistance auto. Er stapt een jongeman uit van een jaar of dertig. Zijn blik gaat van mij naar de kapotte band en zegt dan lachend: ‘Kan ik als reden voor dit ongeval een jongedame met een slokje op achter het stuur aanvinken?’ Onder ons gezegd en gezwegen vin’k het een beetje brutaal. ‘Ik maak maar een grapje hoor,’ zegt hij er snel achteraan, ‘maar als je niet gedronken hebt, dan ben je echt wel onhandig. Moet je kijken wat een gat!’ Ik kijk er nog eens beteuterd naar. Het is inderdaad enorm.

Binnen een mum van tijd heeft de handige grapjas de reserve band er op gezet. In de tussentijd is er een nieuw item op mijn telefoon verschenen. Mijn man heeft een klusje toegevoegd: band regelen.

Ik ga natuurlijk niet met een onafgevinkt klusje het weekend in. Ik rijd meteen langs m’n garage en maak een afspraak voor maandag.

Ik rijd naar huis met een keurig afgevinkt lijstje. Vin’k wèl zo prettig.

2 thoughts on “Vinken

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s