Wie had dat gedacht …

Onze zoon van veertien is een slome drol. Hij is zo langzaam als dikke stront in een trechter. Dat klinkt misschien niet aardig, maar het is wel waar. Hij geeft het zelf toe. Sambal heeft hij nodig! Waar hoef ik niet te vertellen.

Op de lagere school heeft meneer allerlei sporten geprobeerd. Onder andere hockey, hetgeen resulteerde in een verkleumd ventje dat alleen maar met de meisjes wilde spelen in plaats van met de puck en de stick. Ik kon hem geen ongelijk geven.

Als ouders van zo’n knulletje ga je natuurlijk wèl kijken. Hockey is een wintersport in Nieuw-Zeeland en de wedstrijden beginnen al vanaf half acht ‘s ochtends; vaak vriest het dan nog. De plek waar wedstrijd hockey gespeeld wordt is “Park Island”, een locatie in Napier.  Wij hebben het omgedoopt tot “Arctic Island”. De naam zegt genoeg, niet?

Onze zoon speelt nu tennis. Dat vindt hij leuk. In het begin vlogen de ballen alle kanten uit, behalve de goeie, maar hij begint best aardig te spelen.  Ik ben allang blij, want dit is de enige sportiviteit die hij tentoonspreidt.

Hij krijgt les, elke week. Hij wordt gecoached door een super aardige man die hem plaagt met een kwinkslag. Dat kan zoonlief best waarderen gelukkig.  Zo zegt zijn coach dingen als: ‘Jongen, ik neem de volgende keer m’n Rottweiler mee en dan knoop ik een worstje rond je middel en dan moet jij eens even kijken hoe hard je kunt rennen …’

Vanuit school kan er competitief getennist worden. Helemaal goed! Onze zoon schrijft zich meteen in aan het begin van het jaar. Elke dinsdagmiddag na schooltijd stapt hij in de bus en dan worden verschillende scholen bezocht waartegen getennist wordt. Op de donderdagen wordt er op school geoefend. Komt hij eens even lekker in benen!

Voordat hij aan de wedstrijden begint, krijgt hij een intensieve “voorbereidingsles” van de coach. Een “haal je trukendoos maar eens tevoorschijn” sessie. De coach grapt alweer: ‘Misschien heb ik het niet goed uitgelegd. Je moet wel naar de bal toerennen om hem te kunnen raken.’ Typisch m’n zoon. Als de bal naast hem neer stuitert gaat het prima, maar zodra er gerend moet worden … dat is een ander verhaal.

Hij kan een heerlijke topspin spelen en ik ben jaloers op z’n backhand. Z’n service daarentegen kan wel wat aandacht gebruiken.

Een extra les in aan de orde. Hoe leer ik goed serveren … Het hele tennisspel valt en staat immers met de service!

Nu hij echt competitie gaat spelen moeten we het juiste schoeisel aanschaffen. Ik weet inmiddels hoe belangrijk dat is. Hij heeft echte tennisschoenen nodig. Hij is niet moeilijk hoor, Nikes zijn gelukkig goed genoeg …

En als we dan toch bezig zijn, waarom kopen we niet meteen zo’n Fitbit? Leuk toch om te zien hoe actief je bent met al dat getennis? In eerste instantie vindt hij het niets, maar onder enige dwang wil hij hem wel omdoen.

Na enige tijd blijkt dat het tien duizend stappen per dag concept enorm motiverend werkt voor hem. Hij wil ze halen. We hebben een familie “challenge” ingesteld. Wie de meeste stappen haalt per week, heeft gewonnen.

Hij gaat ineens uit zichzelf grasmaaien, en wat tennis betreft; hij rent zich rot. Zelfs de tennisleraar is onder de indruk.

Onze zoon heeft helemaal geen sambal nodig of een Rottweiler … maar een fitbit!

Hadden we dat maar eerder geweten …

2 thoughts on “Wie had dat gedacht …

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s